Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch monument stond, en hier en daar eene enkele letter zocht op te zamelen van dat Hieroglyphen-schrift der Ouden, dat verloren gegaan is. Het was vele eeuwen te vergeefs, welke moeite men zich ook gaf, men zag slechts schrift; maar deszelfs ontcijfering scheen hoven het vermogen te zijn. Zoo dacht ik, gaat het ook met de natuur; er is eene andere spraak in haar ter nedergelegd, dan die, welke de sterveling in haar meent te moeten zoeken, zoo lang hij namelijk het standpunt eens egoïsten bekleedt, en haar beschouwt met de oogen van een', die alles naar het voordeel, dat hij ervan trekt, berekent. Hij zegt, uit dit oogpunt geredeneerd: «Zij is slechts tot mijn nut daar. Alles, wat er is op aarde, is de groote voorraadschuur, door de Godheid aangelegd, om mij, zijnen stedehouder, op aarde genot en overvloed te schenken. Daartoe de steenkolenmijnen in de diepte, en het hout in de bosschcn, zij dienen om mij te verwarmen ; daartoe de katoenboom, -en de wol op de schapen, zij dienen om mij te kleeden ; daartoe het dieren- en het plantenrijk, zij dienen om mij te voeden." Het overtollige, zegt de man, die het standpunt des voordeels handhaaft, is wijsseHjk voor de wilde dieren bestemd, die het verscheurende gedeelte der aarde uitmaken, om het evenwigt gaande te houden. Voor het overige is alles in de natuur daar, om, of levend genoten te worden, of, gestorven zijnde, tot voedsel voor nieuw leven te verstrekken. Zoo is dan de schoone schepping verlaagd tot eenen maaltijd voor den gulzigaard, en eene mestvaalt, om slechts te kunnen blij ven voedsel geven aan denzelfden onverzadelijken zwelger.

Sluiten