Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

» omdat ik, dezelve ziende, aan den blaauwen hemel denk en aan de duizende sterren.''

• En aan het Vaderland daarboven," zeide ik, ■ waar vele woningen zijn."

8.

Van mijne vroegste kindschheid waren het de bloemen , die «rij steeds iets wonderbaarsischenen te beteekenen. Met welk een' eerbied vervulde, mij de zonnebloem, toen ik voor het eerste vernam, dat zij steeds haar gelaat naar de zonw«ndde! Het was mij toen reeds, alsof zij den mensch tot verheerlijking van de Z,on der zonnen, den Vader des lichts, moest opwekken.

Liefelijk waren de schoone gedachten en beelden, die ik met mijne nu reeds gestorvene zuster, in do dagen onzer kindschheid, in gindsche bloemenwereld meende te vinden. Het was ons het aangenaamste spel, den zin van zoo menige plant na te sparen, en haar Hieroglyphen-sehrift te ontsnjferen. Mijne zuster gaf zich hoe langer hoe meer aan dezen schoonen droom, zoo het een droom te noemen zij, over. De gansche bloemenwereld werd haar eene levende Godspraak. Hoe was zij zoo gelukkig in het midden derzelve! Hoe scheen zij met alle te spreken, en hoe gaven haar ook de kleinste bloempjes wederom antwoord !

Nog steeds herinner ik mij de vreugde, die ons ten deel werd, toen wij de eerste passiebloem aanschouwden. Het was een wonder liefelijk tooneel, het lijden

Sluiten