Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigene zoo treffende wijze, ontwikkelen, heb ik hier laten volgen. Voor haar zelve zijn de dagen der beeldspraak reeds overgegaan in het aanschouwen der eeuwige wabrheid. Ons, die nog op aarde wonen , moge elké taal der Godheid liefelijk zijn, zij spreke dan in het geklater des donders, of in het liefelijk halfrond van den veelverwigen regenboog; in de zoo zinrijke vonken aan den blaauwen sterrenhemel , of in de bloemen, die de aarde niet minder schoon tooijen.

Alles toch, wat de natuur spreekt, voert ons tot de hoogere taal Gods in den Bijbel, welke taal wij daarna (*) zullen nagaan, als wij eerst in beeld en zonder beeld eenige trekken uit het groote boek der natuur -ontwikkeld hebben.

9.

Bloemenleven.

'k Heb weieens in eenzame uren , Als ik 't lieflijk bloemenleven In zijn' stillen gang bespiedde, 't Zacht gefluister van de bloemen En haar bloemenspraak beluisterd, 't Was mij vaak of zachte toonen Uit haar geurge kelkjes stegen, Als 't gesuizel van het windje, Dat door blad en twijgjes fluistert, 't Schenen vriendlijke englenstemmen,

(*) In het vervolg van dit Werk.

Sluiten