Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen bloemenzusjes bloeide,

Tot een engel nederdaalde

Van des hemels schoone transen, i

Die mij plakte en nederlegde

Aan den boezem mijner moeder,

Hier werd ik allengskens grooter,

Spelend met mijn bloemenzusjes.

't Engeltje zag dikwijls neder

Naar zijn bloemenkindje op aarde.

't Daalde ook in mijn droomen tot mij

En verhaalde van den luister

Van het paradijs, Gods bloemhof,

Van de schoone hemelbloempjes,

Die daarboven heerlijk bloeijen. —

Eens, zoo zeiden mij de bloempjes, Daalt dit engeltje weêr neder, Om mij van deze aard' te halen, 'k Word dan ook een serafijntje, En stem in de jubelliedren Van de reijen cherubijntjes.

Sterren waren vreugdetranen, Zoo vertelden zij mij verder, Die van 's hemels trans als teeknen Van Gods liefde en zijn verzoening Op deze aarde nederblinken. Englentranen, gouden sterven Blikken helder flikkrend neder, Als het kind, dit lieflijk bloempje In den grooten tuin des Hceren,

Sluiten