Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vroom en nedrig leeft op aarde ; Doch als 't deugd en pligt verachtend, Afwijkt van de regte paden, Dan weèr klinkt de stem des Heeren In het klettren van den donder, En vermaant hem tot den. inkeer. Als hij naar die roepstem luistert En op 't regte pad terugkeert, Dan zien 'shemels stille boden, 't Sterrenheir en 't zonneschijnsel , En het schoone stille maanlicht, De afglans van Gods majesteit, Vriendlijk lagchend op hem neder, 't Bloemen-oog vergiet dan tranen, Reine, zoete vreugdetranen: En het kind, dit heerlijk bloempje, Rigt zijne oogen naar die oorden, "Waar hij eenmaal ook verheerlijkt Als een engel, als een seraf, In het vaderland zal bloeijen !

Bloempjes! 'k heb uw zacht gefluister Immer gaarne toegeluisterd, En uw stil aanminnig leven Was mij dikwijls tot een voorbeeld. Als ik treurig was, dan ging ik Tot u, lieve bloemenkindren ! o ! Gij lachtet dan zoo vriendlijk Met uw zachte bloemen-oogen! Troost en hoop daalde in mijn harte, En ik ging bemoedigd huiswaarts.

Sluiten