Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geten; zij zijn henengegaan in blijdschap en denker! aan u met vreugde."

» Ach!" spreekt het weder in mij, » zoo moest ik wel altijd denken; maar nog ontbreekt die innerlijke vastheid en dat hooge Godsvertrouwen, hetwelk ik daartoe behoef."

* Leer van mij," zegt hierop het nederig Viooltje, dat naast het Vergeetmijnietje staat, » bescheidenheid met bestendigheid paren! ik, die, in het gras verborgen, nooit pronk, maar echter God mag danken, dat Hij mij de kleur zijns hemels, het blaauw der bestendigheid gaf. Doch dat gij klaagt over zoo weinig vastheid en vertrouwen, doet nrij denken, dat hij u zich ook reeds bescheidenheid met bestendigheid paart."

> o Neen!" zeg ik dan, » hoe zou ik roemen kunnen, daar ik zoo gering ben?" En zie! nu sta ik voor het Nachtviooltje en het roept mij toe: » Ween niet! ik mag slechts des nachts bloeijen, opdat ik den mensch tot een beeld zij, om hem te leeren, hoe de tegenspoed moet dienen tot zijne veredeling. Als de nacht van wederwaardigheden hem omgeeft, dan bloeit hij menigmaal het schoonste, al is zijne gedaante, gelijk de mijne, de minst aanzienlijke. En naast mijzegt het Nachtviooltje, » staat immers de Oculi Christi, dat wonderschoone bloempje ; leer vpn hetzelve lijdzaamheid!" Ja, spreekt het dan in mijn hart, had ik het medelijdend oog mijns Heeren niet en zijne geregtigheid, dan ware er geen troost yoor mij; maar nu juich ik ook in de verdrukking.

• In zulke gedachten voortwandelende," nader ik

Sluiten