Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de zon niet meer schijnt, maar het noorderlicht den langen nacht in eenen dag herschept, o dan mag het zoo wel zijn bij gindsche arme menschen, die zoo weinig hebben om zich te vermaken; voor wie de hoop zulk eene groote behoefte is, als het ons is bij het schoonste .ontwaken van onze lente.

19.

Overal op aarde schijnt het bijna, alsof de Eeuwige den mensch aan een gastmaal wilde plaatsen, waar ook de dooden mede feestvieren. Alles toch, de steenrotsen , zoowel als de kalklagen, de kolenmijnen, zoowel als de turfveenen, verkondigt een leven, dat eenmaal bestond, en nu verging eene wereld, die was, en niet meer gekend wordt. En wat is dit nog, zoo wij het vergelijken bij de nog sterkere spraak* die uit de aarde zelve en haar eindeloos kerkhof den mensch toespreekt? want wij zetten geen' voetstap, waar niet de dood eenmaal, onder zijne duizendvoudige vormen, verwoesting te weeg bragt; ja wij vinden geene handvol aarde, die niet het stof bewaart van duizende eenmaal levende wezens. Deze dooden alle, die als bijzitters aan het gastmaal der levenden deelnemen, roepen den sterveling steeds toe: niets op aarde is zeker dan de dood, en deze, gelijk hij al wat leven- heeft verslindt, zal eenmaal op zijne beurt door het leven zelf verslonden worden.

Hoe vaak is dan de Natuur zelve, in de spraak, die zij tot den mensch voert, niet anders dan de spraak, die de lijksteenen en monumenten op een een-

Sluiten