Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In deze donkere schaduw der nedergebogene linden,

Op uwe eenzame heuvels, met bloesems en mos overtogen,

't Lieflijke bloemengewaad en 't gewaad van de "vriendlijke hope.

Eens wordt voor mij in uw' schoot ook een nederig plekje gedolven ;

Daar vind ook ik, na veel moeite, een stille verkwikkende rustplaats;

Maar uit dien slaap zal ik eens ook gelijk uwe bloempjes verrijzen.;

Dan daagt voor mij ook vol luister een morgen aan hemelsche kimmen,

Waar al het leed dezer aarde verandert in eeuwige vreugde.

21.

Het Viooltje op den Godsakker.

Met een door droevige aandoeningen en herinneringen beklemd hart, betrad theoae voor het eerst, na zoo vele in diepe treurigheid en lijden doorgegebragte maanden, hare geliefde wandelplaats, den stillen Godsakker, waar zoo menig gebroken hart eenen beteren morgen te gemoet sluimerde. Ach I eene teleurgestelde liefde had ook haar hart eene diepe wonde toegebragt, aan dewelke zij lange gekwijnd had, en nog was dezelve niet geheel genezen!

Treurig wandelde theokb langs de donkere heuvelrijen, welke de lente reeds wederom met het jeugdige groen, en met de eerstelingen harer liefelijke kinderen, de sneeuwklokjes en primula's, versierd

Sluiten