Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de vreemdelingschap doolt gij om, en zoekt u hier een ecuwig huis. In eene plaats, waar gij niet behoort, hecht gij u aan duizende dingen, zoodat, als eens de tijd komt om dezelve te verlaten, het u bijna onmogelijk is van hier te scheiden.

Dan gaat gij heen; maar het natuurlijke heimwee des nachtegaals is veranderd in een onnatuurlijk verlangen, ook den kouden winter over te blijven in het land der geboorte. Arm vogeltje! wat?zal het u rouwen, als al uwe gezellen'heentrekken, en gij alleen terngblijft!

Arme mensch! wat hebt gij aan dat land, dat gij nooit uw Vaderland noemdet, waartoe gij u nimmer voorbereiddet, waarheen gij niet medenemen kunt wat gij op aarde zocht, en hetgene gij mede moest nemen, om daar welkom te zijn, dat hebt;gij teruggelaten !

Treurige gedachte! hoe Waard zijt gij, dat wij u menige stille overdenking toewijden! Geen wonder, dat de toon in de heimwee-kranken van elysses von saus de zoo reine klank is des nachtegaals, die in de vreemdelingschap des aardschen levens het lied des verlangens zingt naar het Vaderland! Zoo ook de mensch. Gindsche toonen zijn nooit zonder weerklank gebleven in het hart van zoo menigen vreemdeling, die er géloof, hoop en liefde uit leerde.

Sluiten