Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen: eenzaam en van zijne bladeren beroofd stond de boom, die nog kort geleden in dien jeugdig groenen bladerdos prijkte, waartusschen de vogeltjes, welker blijde zangen thans verstomd waren, zich verlustigd hadden.

De bijen verscholen zich - in den warmen korf, en de vlinders zonken verkleumd en stervend ter aarde; en alles, wat zoo liefelijk gebloeid had, zonk, door de koude nachtvorst 'getroffen, verkwijnd en verwelkt ter neder.

Ook viola gevoelde thans, gelijk de vogelen, een heimwee naar een beter Vaderland; ook zij wenschte thans vurig uit het koude noorden naar betere gewesten te kunnen verhuizen, en het was haar te moede, gelijk eene plant, welke, uit warmer lucht iu het koude noorden verplant, niet groenen en bloeijen kan, maar een kwijnend aanzijn voortsleept, tot zij weder in beter lucht en warmer grond overgebragt wordt.

Treurig zat viola op hare legerstede, en aanschouwde de vergankelijkheid van alles om zich henen. « Ach!" zuchtte zij somwijlen, als zij hare groote zwakheid gevoelde, » mogt ook ik thans tot eene betere lente overgaan; mogt mij het Hemelsche Vaderland opnemen, waar'paradijslucht mij omzweeft, "én :z81ige hemelvreugde mij toeft!" — » Doch. zoo als God het wil: Hij weet best wat mij nattig is!" voegde zij er telkens bij.

Meer en meer namen thans hare krachten af; en toen de eerste sneeuwvlokken ter nedervielen, en het aardrijk'bedekten, werd ook zij, gelijk eene tee-

A*

Sluiten