Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen: als deze mijne huid zal doorknaagd zijn, dan zal ik Hem aanschouwen, die mij nu vreemd is, maar dan niet meer !

Dit ligehaam, dat zelf zoo vele veranderingen ondergaat, is toch niets dan de oesterschelp, die de parel bevat, en met hoe veel waarheid is in het volgende gedicht de gelijkenis geteekend van zoo menige schoone herinnering op aarde, van hetgene onze onsterfelijke ziel éénmaal te wachten staat!

26.

Op den dood van een Kind.

Moest gij reeds zoo vroeg verbleeken, Klein en teeder rozeknopje ? Moesten uwe geurge blaadjes In den zonnegloed verwelken, Eer haar straal u had geopend ?

Moest dat roosje dus verkwijnen, Dat zoo heerlijk zich ontvouwde, En op 't tenger steeltje knakken, Eer 't pas half ontloken was ?

Moest ook 't zwak en kwijnend rupsje, Zoo vermoeid in 't stof gekropen, 'tRupsenhulsel eerst verbreken, Eer 't als vlinder opwaarts zweefde?

Moest dat lief beminlijk kindje,

Sluiten