Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wild of zacht,

Werd gestild.

Alle daden

Zijn als 't zaad,

Dat ten halm werd,

Wat gij schept, o zoon van 't stof!

Schoon het op'zijn' tijd verwelke,

Schoon door 't noodweèr fel bedreigd,

Of het klagten schenke of vreugd,

Zie het bloeit in eeuwigheid,

Waar 't tot boete of loon gedijt.

SEPTEMBER.

Bacchus glimlacht, Zefir dartelt,

Moet ik, o verbeelding! meenen, Dat de Meimaand wederkeert ? 't Zachte luchtje waait mij tegen; Lieflijk wenken bloemfestoenen: Zal de leeuwrik weder zingen, Zaligheid het hart doorstroomen ? Neen, verbeelding ! neen, verschoon Toch de smart, Die mijn hart,

Die mijn boezem vreeslijk folteit!

Maar hoe ruischt het in het loover!

Welke stem zweeft nabij mij:

» Schoon zij ook mag zijn verstreken ,

o Geloof, de Meimaand bloeit

Voor u weder; wat vervlogen

Was, is niet voor u verloren."

Sluiten