Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl bij aldus besluiteloos ter nederzat, en nu eens de langs den bloemrijken oever rusteloos voortstroomende golven nastaarde, dan weder zijnen blik Omhoog hief, viel zijn oog op eene slak, die in haar sierlijk huisje hoog verheven aan eenen tak zat, welke over het water hing: > o!" sprak hij tot zich zeiven, » Dat arme kleine diertje heeft zich wel uit het stof verhoogd, en hoewel het slechts met veel moeite, en langzaam voortkruipende, deze hoogte bereiken kon, en op eene gevaarbjke standplaats uitrust, zoo ziet het nu ook uit die eereplaats op zijne medgezellen neder, die nog in het stof rondkruipen, en misschien duizelend naar het hooge standpunt van hunnen vroegeren lotgenoot opzien en zijn geluk benijden. En ik, zou ook ik niet omhoog streven, en de middelen daartoe gebruiken, die men mij aanbiedt, hoewel dezelve niet met het gevoel in mijnen boezem stroeken ? Zou het dan niet waar ,zijn, wat mijn vriend zegt, dat de mensch een schepper van zijn eigen noodlot is, en ons geluk en ongeluk hierbeneden in onze eigene hand ligt?"

• Maar," vervolgde bij, zich zeiven invallende, • waarin bestaat ons waar geluk en ongeluk? Ik heb hetzelve tot hier toe altijd in iets anders gezocht , dan waarin de rijke man het mij voorteekent, en kan mij nog niet met zijne gevoelens vereenigen."

Onderwijl deze en dergelijke gedachten den jon'geling bezig hielden, viel zija oog nog eens op de slak, en hij bemerkte, dat zij immer hooger kroop; maar toen een nijdig windje zich een weinig verhief, en de takken tegen elkander stiet, viel zij opeens

G *

Sluiten