Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl hij nog sprak, verhief een nachtegaal zijn ïieïöiijk gezang, en in verrukkende toonen klonk zijn lied over het water; het verhief zich nu tot de hoogste toonen, en daalde dan weder tot de laagste diepte. De zachte klagten der liefde en de juichende klanken der vreugde wisselden elkander af, en alles rondom was zwijgende; geen blaadje verroerde zich; slcdlOs. de golven des strooms vloeiden zacht kabbelend voort, terwijl alles den kleinen zanger der lente scheen te bewonderen ; het zacht gemurmel des strooms, het fluisteren van het windje, het gonzen der bijtjes, alles stemde in zijnen lentezang. En toen de jongeling opzag, zat de kleine zanger, die onder een onaanzienlijk omhulsel zulke liefelijke toonen verborg, digt boven hem, en galmde zijn schoon lied tot lof des Scheppers uit.

»Neen," sprak hij nu, diep getroffen door deze liefelijke toonen, »er is een geluk, eene vreugde van hoogeren oorsprong, die noch hooge standplaats, noch eer en aanzien, noch uitwendige schoonheid ons geven kan; dit geluk moet in een rein hart zijnen zetel hebben; in ons binnenste moeten wij dezen schat verbergen, die alleen ons den waren vrede geven kan.

» Zoo wil ik dan naar innerlijke goedheid en schoonheid streven, en met ijver en standvastigheid die schoone deugden zoeken te verkrijgen, welke alleen ' Waarde hebben in het oog van hem, die al onze -lotgevallen bestuurt, die elk zijner schepselen deszelfs standplaats aanwijst, en ook mij wel een plekje zal aantoonen , al is het slechts klein en gering, waar

Sluiten