Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke tooneelén plaatsen wilde, als ware het om den mensch te bemoedigen, den nachtegaal namelijk, die in het midden van dit treurig tooneel zijn liefelijk lied laat hooren ; een lied, dat alles in de schepping in heerlijkheid te boven gaat, en ons de zielsstemming desgenen kenmerkt, die, in het midden van alle gevaren, als een kind Gods zijnen weg in vrede bewandelt, wetende, dat Een, die magtiger is dan alles, zijne hand neemt en hem leidt naar een beter Vaderland?

Wie, wanneer hij nog daarenboven in dien donkeren nacht de morgenster ziet dagen, gevolgd door het morgenrood, dat als eene nieuwe wording nog eenmaal de stemme desgenen schijnt te gehoorzamen, die eens zeide : daar zij licht en er was licht, wie, die alsdan het vogelenlied hoort, dat zich in zoo veel jubeltoonen hemelwaarts verheft, en de overwinning van den nacht door den dag schijnt te bezingen, den leeuwerik in de hoogte ziet stijgen, en dien zingende opwaarts, en zuigende nederwaarts aanschouwt; wie denkt niet: hier spreekt eene stem, die mij roept: de nacht is geweken, de dag is gekomen ! de magten der duisternis en de duisternis zullen niet eeuwig heerschen ; maar er zal een eeuwige dag na den laatsten nacht volgen, misschien ook een eeuwige nacht na den laatsten dag ? Wij weten het niet; maar zonderliug is ook deze spraak, is ook dit tooneel! Ja zoo mag daar alles wel gezegd worden, eenige spraak in zich te bevatten, iets tot den mensch sprekende, dat hij soms niet, soms fluisterende verneemt, soms met eene kracht tot zich

Sluiten