Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgslieden hebben nog daarenboven twee scherpe eenigzins getakte priemen, bestemd tot boren en steken ; zij zijn zoo hard als de schaar Tan een' kreeft, en aan een sterk hoofd vastgehecht, dat grooter is dan het overige gedeelte des ligchaams.

De derde rang is de Adel; die hiertoe behooren, vechten en arbeiden niet, maar hebben vier vleugelen. Bierdoor zijn zij in staat zich te verwijderen, en op eigene kosten zich eene nieuwe kolonie te stichten; raij hebben de grootte van een' duim, en leven, zoo lang zij te huis'Zijn, op kosten van den Staat, waarvoor zij pok letterlijk niets behoeven te doen. Krijgen izij het echter in het hoofd om de wijde wereld in te gaan, dan hebben zij duizende vijanden, die hen overal vervolgen; zij worden ook zeker eene prooi derzelve, wanneer niet eenige eenzaam rondkruipende arbeidende termiten zich over hen ontfermen. Kiezen deze hen tot hunnen Koning, dan zijn zij behouden ; nu hebdten zij eten in overvloed en eene Koninklijke woning; maar dezelve is tevens eene gevangenis: de ingang is zoo groot, dat de arbeidende- en soldatenstand er in en uit kunnen trekken, doch niet de Koking; deze blijft zoo lang hij leeft gevangen; hij wordt allengs vervaarlijk dik, legt dagelijks eenige duizende eijeren, eet en slaapt, en wordt gevoed en verdedigd door zijne arbeiders en krijgslieden. Hij is onschendbaar. Het Hoofd van allen. De Yader des volks. Geen ei legt hij , dat niet in eene bijzondere cel:wordt nedergelegd en uitgebroeid. Zoo neemt het huisgezin jaarlijks met duizende ja met honderd duizende inwoners toe; maar zoo wordt het ook steeds

Sluiten