Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter en grooter gebouwd, in eene evenredige mate, totdat het ten laatste een huis van tien tot vijftien voeten hoog is. Het is van een bak werk, dat zoo hard als steen en zoo glad als een spiegel is. Binnen , in het I midden des huizes, j woont de Koning; naar alle zijden 'Zijn er woningen gebouwd, met zonderlinge gangen en zalen, voorraadschuren en kinderkamers. Woning op woning maakt ten laatste het geheele'huis uit, dat, voltooid zijnde, naar eene negerhut gelijkt. Zoo wonen de krijgszuchtige termiten, zij die een zoo zonderling beeld van den constitutioneelen Staat vormen, als men slechts onder de dierenwereld vinden zal. Hier toch ziet men dat ideaal eéner Constitutie, waar de regering bij de arbeiders en krijgslieden is, waar de Adel slechts leeft, om er Koningen uit te kiezen of nieuwe koloniën te stichten, en waar de Koning het middelpunt en Hoofd van allen is, voor wien allen het leven zouden laten, maar die daarvoor ook, op zijne beurt, in eene eeuwige gevangenis is opgesloten. Veel er uit zoude in het menschelijk leven misschien over ie brengen zijn, veel ons tot leering verstrekken, in onze nieuwere Grondwetten. Doch lang zal het duren , eer een volk zoo ver komt, om het volgend ideaal te begrijpen , dat: zoo onmisbaar in eenen goeden - Staat een Koning is, het Hoofd van het Rijk, voor wien allen strijden en zorgen, zoo vrij als de Adel van alle moeite en lasten des levens behoort te wezen, als die slechts dient om de vacante plaats aan te vullen, of een nieuw Rijk te stichten, zoo zeker ook de regering slechts hem, die werkt, en hem, die verdedigt, toekomt.

Sluiten