Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezig aan het hnis, en bouwen hetzelve met den verwonderlijksten smaak op. De grootere zijn of mannetjes of wijfjes, en zijn er beide in een evenredig groot getal aanwezig.

Eene opening dient tot den ingang, eene andere tot den nitgang des huizes. In platen op elkander, doch door pilaren gesteund, ziet men de onderscheidene lagen, waarin de eijeren ter nedergelegd worden. Iedere laag is een bijzonder ras, ofschoon de mannetjes- en wijfjes-wespen soms in eene rij uitgebroeid worden.

De geslachtlooze zijn steeds bezig met rooven of arbeiden aan de woning; ook de andere werken mede. De mannetjes echter het minst; deze doen niet veel meer dan eten, een enkel lijk wegdragen en het hnis schoonhouden; daarvoor worden zij gevoed door de overige. Deze brengen soms levende insekten, ook wel de verscheurde ledematen derzelve, soms vleesch, en zelfs zoetigheden te huis, welke laatste zij uit vruchten en allerlei suikerachtige dingen uitzuigen. Zoo ras komt niet eene der wespen hiermede te huis, of zij deelt hare gaven rond; alle ontvangen baar bescheiden deel; zelfs het ei wordt gevoederd tot het in eene pop verandert. Dit vooral is merkwaardig om te zien: naauwelijks vliegt het wespje echter weder uit, of bet tracht ook op nieuws roof te behalen.

Zoo leven zij als de roof horden van Azië, zelve broederlijk met elkander, maar in vijandschap met alle natuurgenooten. Komt de herfst nu en wordt het koud, dan treedt de Natuur met een vreesselijk

Sluiten