Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kort hoewoef, in hun hol weken, en bij het afklimmen hunne hielen in de lucht staken, alsof ze eene buiteling maakten.

Wij wandelden het geheele dorp door, dat eene uitgestrektheid van wel dertig morgen gronds besloeg. Er was geen enkele inwoner te zien. Wij zagen echter tallooze holen, elk met een klein aardhoopje er naast, dat onder het graven door het kleine dier was uitgeworpen. Deze holen waren ledig, zoot verre wij met de laadstokken onzer geweren konden voelen; ook konden wij geen' enkelen hond, uil of ratelslang voor den dag doen komen. Wij verwijderden ons in stilte tot op een' kleinen afstand, gingen op den grond liggen, en wachtten eene lange; poos onbewegelijk. Allengs stak hier en daar in dq buurt een voorzigtige oude burger langzaam het puntje van zijn' neus uit, maar trok het terstond weder terug. Andere verder af, kwamen geheel te voorschijn , maar maakten , zoodra zij ons bespeurden, eeü' luchtsprong, en doken weder in hunne holen. Eindelijk werden de inwoners van het •verstafgelegene gedeelte des dorps door de aanhoudende stilte aangemoedigd, om uit te gaan, en zich op een drafje naar eenig ander hol te begeven, waar denkelijk een nabestaande of snapzieke kennis woonde, om daar over de voorvallen van den dag te politiseren, Andere, nog stouter, verzamelden zich bij kleine groepen in de straten en op de publieke plaatsen» om over den boon, het Gemeenebest aangedaan , en den gruwelijken moord hunner medeburgers te redekavelen. Wij rezen van den grond op, en naderden

8

Sluiten