Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gansche'Heilige Schrift, bevat zij niet de Openbaring Gods aan den mensch, en wel bijzonderlijk zijne gedachten, zoo als Hij dezelve in het al der dingen nedergelegd heeft ? Overal toch, waar de Heilige Schrift leering uitstrooit, is zij, of in een bevallig Nat uurkleed gehuld, of zij spreekt in eenig zinnebeeld uit de Natuur ontleend, of het is de Natuur zelve, die zij teekent als het schouw tooneel en de werkplaats des Eeuwigen.

Die mannen, welke alle door Gods Heiligen Geest bestraald, verlicht, geheiligd waren, zagen met zulk een rein en onbedriegelijk oog Gods werken, zijne taal en spraak in dezelve, dat zoo vaak zij de stemme Gods in de Natuur ontwikkelen, alle onzekerheid wijkt, alle waarheid heerlijk zich ontvouwt, en ook niets overblijft, wat niet den heiligsten zin zoude bevatten. Maar bijzonder Hij, die de werelden schiep, doch de Heerlijkheid des Eeniggeborenen verliet, en een dienstknecht werd, een mensch, den broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde, wat is Hij, wat is zijn blik in het gansche gebied van bet geschapene, dat niet al hetgene Hij zag en sprak eenen geest zoude openbaren en eene wijsheid ontvouwen, dergelijke op aarde vroeger niet bestonden, of ook nadezen nimmer het aanzijn zullen ontvangen. Hij toch alleen kende en doorgrondde alle diepten der geheimen , die in het geheele gebied der geschapene wereld ter nedergelegd zijn. Hij deelde dezelve zoo rijk als volkomen mede. En onderwijl elke Natuurbeschouwing zonder Hem onzeker, dwalend en wankelend blijft, zoo is het tegendeel waar, wanneer men aan

Sluiten