Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nigd, de tale Gods, daar uitgesproken, in zich opnemen kan.

Deze Natuurspraak des Bijbels, als Godspraak, zal ik thans ontwikkelen. Ik zie gaarne van elk wetenschappelijk standpunt af; ik begeer niets bij te voegen tot den toren van Sabel van menschélijké wijsheid; wat ik geef, geef ik slechts als een, die zoo lang in de Natuur rondzocht naar de spraak, welke de Godheid in haar tot den mensch spreekt, dat hij eindelijk tot de Openbaring naderde, en daar een Boek vond, hetwelk hem het heerlijkste licht verschafte, en waarnit hij nu zijn boek, het boek der Natuur, met gadeloos genoegen kan beschouwen.

Nu ontwaakten nieuwe reeksen van gedachten, alle Uit hooger licht ontsproten, alle uit Gods Openbaring haar leven ontvangende. Deze gedachten, nog steeds te vinden in dat heerlijke Bijbelboek, zijn het, die het tweede deel mijner beschouwingen van de Natuur en den Bijbel zullen uitmaken.

In het eerste deel heb ik de Natuur zelve beschouwd, in hetgene zij ons bij wijze van gissing mededeelt, van hare wondervolle spraak tot den mensch. Ik teekende daar dat oog- en standpunt, dat mij eigen was, van de dagen mijner kindsheid af; ik teekende niets dan de Natuur zelve, en hetgene zij mij toeriep. Veel mag er in deze beschouwingen reeds gevonden worden, dat eigenlijk, als resultaat der overweging van Gods Woord, eene verhevener plaats verdiende; maar het zijn echter niets dan beschouwingen der Natuur, zoo als zij zich voor mijn oog opdeden ; terwijl het tweede deel den blik ontwik-

Sluiten