Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar onze verwondering over de harmoniën, welke zich omstreeks dien verhevensten en heiligsten tijd uit de bewegingen van bet wereldgebouw lieten hooren, stijgt, hoe meer wij het getal der omloopen, niet slechts bij eenige > maar bij alle beschouwen. Jupiter begon in het jaar 4186 (4185-L-) zijn 354sl° jaar, en had juist in het midden des tijds, waarin christus op aarde leefde (4197), zooveel malen zijnen omloop volbragt, als een oud feest- en kerkjaar (een maanjaar) bedraagt. Die eerbiedwekkende tijd geleek dus een kerkjaar, waarin elke enkele dag een jaar van Jupiter was.

Toen de tijd des grooten zoenoffers, en in hetzelve die der vervulling aller voorzeggingen daar was, in het jaar 4214, stond Saturnus in den twaalfmaal 12lan of 144ilen zijner omloopen. Elk twaalfde deel ■van dezen cyclus, of 12 jaren van Saturnus, zijn echter, dat opmerkelijk is, juist zooveel aardjaren, als Jupiter omstreeks den tijd, dat christus geboren werd, zelf omloopen telde, namelijk 18JL maal 19 of 353, en indien, zoo als de nieuwste ontdekkingen leeren, eene wenteling der zon om hare eigene as slechts omtrent 25 dagen beloopt, juist 12 maal 432 dagen of zonnewentelingen. (*)

Eindelijk echter kwamen alle enkele toonen eerst tot het groote, volle accoord overeen, in de bewe-

(*) Stelt men eene wentelingsperiode der zon naauwkeurig op 24 dagen, 21 uren, 2 minuten en 19 sekonden, dan bedragen 432 derzei re een jaar -van Saturnus, en dus 144 jaren van Saturnus 12 maal 12 maal 432, het bovengedachte grondgetal van dien ganschen Natuur-cyclus, in maanjaren.

Sluiten