Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging van de opperste en verstverwijderde aller planeten — van Saturnus.

In de oude, heilige inrigting van den jubelkring, welke, gelijk wij boven zagen, zinnebeeldig op dien tijd heen wees, waarin chhistos in het vleesch verscheen, begon de viering van het groote jaar van verzoening en kwijtschelding op den 7den dag der 7do maand, dat is, juist, toen alle kerkelijke of maanjaren voleindigd waren, en de gansche jubelkring bevatte 50i maanjaren. Even zoo voleindigde Uranus, wiens omloopstijd die der andere planeten van ons stelsel omvat, in het jaar 4187 zijnen 50sU,n omloop om de zon, en daar men met regt het jaar van Uranus een geheel vol jaar van ons planeetstelsel, waarin alle zelfs de verstverwijderde heraelligchamen, die er toe behooren, hunne baan afleggen, kan noemen, vierde ook juist om dezen tijd het gezamenlijke planeetstelsel zijn eerste jaar van vreugde en kwijtschelding, terwijl ook andere stemmen in het midden dier harmoniën der spheren medezongen: ïEere zij God in de hoogte; vrede op aarde; God heeft in de menschen een welbehagen I" En het 50|de gezamenlijke jaar van ons gebeele wereldgebouw werd ten naasten bij besloten met het einde dier week van Sabbatten en jaren, waarin Hij, naar gindsche oude voorzegging, het verbond aan de zijnen bevestigen zoude. Zoo was dan de tijd van 4320 maanjaren, of 2 maal 25920 nieuwe manen, niet alleen voor onze aarde, maar ook voor het geheel, waartoe zij behoort, een tijd van hoog gewigt, van onderscheiding.

Want, om de enkele punten nog eens zamen te

Sluiten