Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des avondwiftds genaderd was, » die boomen, die gij hier ziet, zijn mijne boomen. Eén' derzelve heb Ih den boom des levens genoemd; van hem zult gij vrij mogen eten ; den anderen den boom der kennisse des goeds en des kwaadsf van hem zult gij niet eten; ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven."

Toen vloog het suizen van het zachte windje voorbij, en de stem zweeg.

Adam en eva beefden voor het eerst in hun leven; want zóó ernstig, zóó plegtig hadden zij nog nooit iets gehoord. Dood, leven, te zijn, of niet te zijn, gelukkig te leven, of het leven te missen, dat, ja dat, hing van het gebruik dezer boomen af; hoe klopte hun hart bij deze gedachte! Doch neen! het onschuldig, eenvoudig gemoed moest spoedig alleen vrede vinden in de gedachte: de Schepper gebiedt, ons is het gehoorzamen.

Dat was het allereerste, wat de Allerhoogste hun leeren wilde. De Heer was hun bekend als de Schepper van hemel en aarde, als de Alwijze, Algoede; nóg kenden zij Hem niet als dengenen, wien zij gehoorzamen moesten. Onderwerping, deze heilige pligt, was den mensch nog onbekend. De Vorst der aarde echter, wien alle dieren onderworpen waren, moest het zelf weten, dat er boven hem Eén bestond, voor wien alles zich buigen moet; dat deze, de Schepper, van hem eischen konde, wat Hij wilde, ja elk onderwerpen aan datgene, wat Hem goeddacht. Hoe eenvoudig was deze leer, in beide de boomen gegeven: » Van den eenen, o mensch! zult gij eten, van den anderen niet! God eischt dit van u: gehoorzaamheid is uw

Sluiten