Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6.

De Regenboog.

De Zondvloed had het menschelijk geslacht vernietigd. Langer dan een jaar was het eenige huisgezin , dat van het menschdom overgebleven was, opgesloten geweest in eene drijvende woning. Eindelijk is de aarde droog, en de mensch keert op dezelve terug. Het zijn alle vreemdelingen geworden op de eenzame aarde. Hoe blijde ook die dag geweest moge zijn, diep was de zorg in het hart geprent, en de vrees, dat de Eeuwige de aarde nog- en nogmaals verwoesten mogt, was wel de hoofdgedachte geworden.

Maar de Heer zag met welgevallen op hen neder, en daalde af, om zijne kinderen te bemoedigen en sprak : » Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult weder de nu ledige aarde 1 lk zal niet meer alle vleesch door de wateren eens vloeds uitroeijen ; Ik cal niet meer het gansche aardrijk vervloeken om der menschen wil 1 Al blijft het gediehtsel hunner harten boos, Ik zal sparen en langmoedig zijn. Voortaan zullen zaaijing en oogst, en zomer en winter, en dag en nacht niet ophouden." En toen de Allerhoogste nog sprak, daalde de zon schitterend neder, wierp hare gouden stralen in de regendroppelen, en vormdo eenen heerlijken Regenboog aan den bewolkten oosterhemel.

> Ziet," zoo sprak de Hemelsche Vader, > ziet mijnen

Sluiten