Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die ure, ja zij kan elk oogenblik dagen, zoo zeker, als de plant aan den Nijl met éénen dag haar einde te gemoet ziet. Welk eene waarschuwende en bemoedigende taal sprak dus de Godheid in deze plant tot den mensch 1

Job IX: 25 en 26.

Het Nijlrietscheepje.

» Mijne dagen vlogen ligter dan een Iooper; Zij vloden weg en zagen het goede niet; Zij zweefden weg als Nijlrietscheepjes."

- Van het Nijlriet sprekende, mag ik het Nijlrietscheepje niet voorbijgaan. Dat liefelijkste aller beelden van de voorbijgaande snelheid des aardschen levens. Gelijk wij naderhand zien zullen, als wij de stoffe beschouwen, die de Verlosser bezigde, als Hij in zijne gelijkenissen Goddelijke gedachten besloot, — dat Hij de gansche Schepping daartoe gebruikte, en ook datgene, wat de mensch van de Schepping te zijnen dienste verwerkt, hetwelk Hem vaak de zinrijkste onderwerpen verleende, die Hij tot zijne gelijkenissen bezigde, — zoo ging het job ook met het Nijlrietscheepje. Was het Nijlriet hem een beeld van de onbestendigheid des voorspoeds, het Nijlrietscheepje was hem een beeld van de snelheid des aardschen levens.

Sluiten