Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie zou zijn benden kunnen tellen ? En Hij gaat al hunn' glans oneindig ver te boven. Hoe zou dan toch de mensch regtvaardig zijn bij God? Hoe zou een vronwenzoon zich rein voor Hem vertoonen ? -

De maan zelfs, zie, ontwijkt Hem met haar tent;

De sterren zelfs zijn voor zijn oog niet zuiver.

En zou het dan de mensch — de mensch, die worm!

toch, wezen ? Die aardezoon, die' made ?"

Welk eene grootsche voorstelling van God, den Oppersten Regter des Hemels ? Hij spreekt het regt int tusschen Engelen en sterren. Zijne glansrijke beirmagten zijn ontelbaar, en Hij overtreft ze alle in glans; d. i.: zijn licht, zijne heiligheid, de waarheid zijner oordeelen overwint ze alle. De maan met hare tent .is verdwenen; de sterren zijn niet rein, niet helder voor zijne oogen. — En nu, van die in licht gtoeijende hoogten des Hemels, een blik op den mensch, die Hem voor het gerigt wil eischen:

» En zou het dan de mensch — de mensch, die worm ! toch wezen ?

Die aardezoon, die made?"

Men ziet hier den Oosterschen Regter, regt doende tusschen Engelen en gesternten. Hoe schoon is de donkere maan in dit dichterlijke beeld voorgesteld! bare tent is van den Hemel afgenomen; zij heeft zich' verborgen voor den blik des Regter».

Yaren wij voort met de spreuken van job , zij over» treffen die van bildad,

Sluiten