Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godspraak te verheffen, te beter te doen uitkomen. Hoe hooge gedachten ehho ook van zich zeiven hebbe, hoe schoon zijne redenen ook zijn mogen, is hij echter, zoo als hij zelf ook zegt, gelijk aan jongen, gistenden wijn, die den lederen zak doet bersten en er uitspat. Hij ontwerpt heerlijke beelden, maar voleindigt dezelve niet; de schoonste daarvan zijn uitbreidingen van hetgene job en zijne vrienden met minder woorden gezegd hebben. Daarom geeft ook niemand hem antwoord; hij is de voorbereider van Gods komst; hij kondigt die aan, zonder dat hij zelf het weet. Terwijl janni het opkomende onweder in al deszelfs grootsche verschijnselen beschrijft, schildert hij buiten zijn weten de aankomst des Regters.

Uit dit oogpunt, te weten als voorbereiding en overgang tot de orakeltaal van God, moet, dunkt mij, de gansche rede van Eiint beschouwd worden, wijl dezelve anders bloote herhaling zoude zijn.

Beginnen wij met Hoofdstuk XXXVI: 22.

' «Zie, God is hoog gezeteld door zijn kracht. Wie is als Bij te vreezen? Wie schrijft zijn' weg Hem voor? Wie zegt: hier deedt Gij onregt ? Gedenk, hoe ge eens zijn werk hebt hemelhoog geprezen ,

Zoo ver het menschlijk oog zijn werk aanschouwen kan. Heel 't menschdom staart er op, En toch ziet 't sterflijk mensch die slechts met enkle blikken.

Zie, God, ja God is groot! en wij begrijpen niets!

Sluiten