Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wind dezelve over de landen heenvoert, waar de Hemelsche Vader kanalen voor den regen vormt, en de wolken hare wegen aanwijst; onder, waar het water vast, en de golven der zeè in ijsboeijen gelegd worden. — Zelfs regen, dauw en rijm verkrijgen vader en moeder.

Maar zie hier een der schoonste, der verhevenste voorstellingen van de wereld:

>De schoone Zevenster, kunt gij die zamenbinden? Kunt gij Orions strikken slaken ? Voert gij den Hemelkrans op zijnen tijd ter plaats? Leidt gij den Beer met zijne jongen? Kent gij des hemels ordeningen ? Hebt gij deszelfs gebied op de aarde vastgesteld? Kunt gij uw stem met kracht tot in de wolken voeren, En in haar watren gaan, dat ze u rondom bedekken? Zendt gij de bliksems uit, en gaan zij voor u henen? En_ zeggen zij tot u: zie, Heere! wij zijn hier ! Wie prentte wijsheid in de dwarrelende wolken ? De luchtverschijnslen, zeg, wie gaf aan die verstand? Wie heeft der wolken vocht met wijsheid afgemeten ? Des hemels flesschen, wie doet die zacht nederkomen, Dat 't stof tot vastheid zamenvloeije, De kluiten aan elkander kleven?"

Hiermede loopt de "beschrijving der onbezielde schepping ten einde ; maar niets is in deze schepping onbezield. Zusterlijk zaamgepaard zijn hier de liefelijke gesternten der aankomende lente. Orion (of wat ook het sterrenbeeld Ghesil zij) is de gegorde

15

Sluiten