Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een medeslepend plan van eenheid en verscheidenheid voorstelt, als dit eenvoudige Hoofdstuk van job, en ik laat er een hoogklinkend heldendicht voor liggen. Men verlieze echter deze drie hoofdgedachten niet uit het oog: Het moet alles vervuld zijn van bezieling der Voorwerpen voor de zinnen, verklaring der Natuur voor het hart, en plan in het gedicht, even als in de schepping voor het verstand. — Dit laatste ontbreekt den meesten nieuweren Natuurbeschrijvers geheel en al. Het moge ook wel onmogelijk voorkomen. Hoe weinig plan is in de tooneelen der Natuur voor ons overzienbaar ! Het Rijk dezer alles beheerschende moeder is zoo groot, haar gang is zoo langzaam, hare uitzigten zijn zoo eindeloos, dat een menschelijk gedicht over haar dan ook wel groot, langzaam, onoverzienbaar moest zijn. Hij, dien die groote moeder geen plan, geene eenheid harer gedachten aantoont, die dit penelopische weefsel slechts van de averegtsche zijde beschouwt, zwijge, en dichte van haar niet. Maar hij, voor wien zij den sluijer ophief, aan wien zij haar aangezigt toonde, die spreke; hij ziet overal zamenhang, orde, goedheid, denkbeeld. Zijn gedicht wordt dan ook, gelijk de schepping, xoauog, een regelmatig werk, met plan, omtrek, zinnelijke voorstelling en doel, en zal zich over het geheel aan het verstand zoowel aanbevelen, als het zich zulks doet aan het hart door enkele gedachten en uitleggingen , en aan de zinnen door bezieling der voorwerpen. Alles is in de Natuur gebonden, en voor den menschelijken blik verbindt zich alles menschelijk. De deelen van den dag en des jaars zijn ge-

Sluiten