Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l.

Ossians aanspraak aan de ondergaande Zon.

» Hebt ge uw' azuren loop (*) verlaten,

Gij Hemelzoon met gouden lokken ?

Het west heeft u zijn poort ontsloten:

Daar is uw bed om in te rusten.

De golven komen om uw schoonheid te beschouwen.

Zij heffen 't siddrend hoofd omboog;

Zij zien u in uw' slaap zoo minlijk,

En deinzen bevend weg van vrees.

Rust in uw schaduwgrot, o Zonne !

Laat ons in vreugde u zien herrijzen!"

2.

Aan de Morgenzon.

> o Gij, die rolt daarboven,

Rond, als het schild van mijne vadren,

Van waar, o Zon! hebt gij uw stralen,

Dw immerdurend licht r

Gij treedt voor ons te voorschijn

In uw verheevne schoonheid; .

Dan bergen zich de sterren,

Die aan den hemel prijken;

De koude en bleeke maan zinkt in de westerbaren.

(*) Loop is bij osslui, even als in de Psalmen, het gewone woord voor de daden der belden.

Sluiten