Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar g'j» gij zelv* zult ook eenmaal 's Nachts van uw baan wegblijven, En 't blaauwe pad Leeg aan den hemel laten.

Dan zullen zij haar donker hoofd verheffen, De sterren, die gij thans beschaamt, Zij zullen vrolijk juichen.

Nog zijt gij schoon getooid met uwen glans.

Zie hierheen uit uw hemelpoort.

Verbreek de wolk, o wind! opdat zij voor zich uitzie,

Dat kind des nachts !

Dat bosch en berg haar' glans weerkaatsen, En dat ge in licht uw golven rolle, o Oceaan!"

4.

Aan de Avondster.

» Ster van den nacht, die nederdaalt!

Schoon is uw glans in 't westen.

Gij heft uw ongeschoren hoofd

Uit Uwe wolk omhoog,

En statig is uw gang op uwen heuvel.

Waarheen wendt ge in de vlakte uw' blik ? '$10^

En storm en wind heeft zich te rust gelegd ;

Het murmlen van den stroom hoort men nog slechts van verre;

Het brullend golfgeklots stijgt tegen verre rotsen;

Sluiten