Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuldige zaden wijd verspreid. En toch heeft de schoone droom van een Paradijs de aarde nog niet geheel verlaten, o Neen! het is nog te vinden daar, waar de ware boom des levens groeit. Immers hoe schoon zingt jezaïa, Hoofdstuk XI:

»Dan zal de wolf met het lam verkeeren,

De luipaard bij het bokje nederliggen..

Het kalf en de leeuw en de os te zamen,

Een klein jongsken zal ze hoeden.

Dan zal de beerin grazen gelijk de koe;

Hare jongen liggen in hetzelfde leger,

En de leeuw eet stroo gelijk het rund.

Dan zal de zuigeling spelen bij een adderenhol,

En bet pas gespeende kind zijné hand. steken

in den kuil der 'basilisken. Noch leed, noch schade zal men aanrigten

op zijnen ganschen heiligen berg; Want de aarde zal vol zijn van de kennis des,

Heeren, gelijk de wateren de zee bedekken,"

Sluiten