Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook de nog ondere, en onder hen j. martinüs , (*) beschouwden die geschiedenis uit een juist en helder oogpunt. Van den laatsten wil ik, ten bewijze der eigenaard ige ibescbeuwmg, het hoofdthema aanhalen, dat hij uit deze geschiedenis ontleent. Het luidt als volgt: » Zelfs den kinderen Gods, ook wanneer dij in Gods wegen gaan, wanneer zij de liefelijkste openbaringen en verzekeringen van Gods genade gehad hebben, wanneer hen ook al meer andere zwarigheden ter nederdrukken, wanneer zij de eenzaamheid zoeken, om tot God te bidden, zoo komt hun nog die aanvechting over, dat God zelf schijnt een' tijd ïang met hen te worstelen, en zich als hunne wederpartij te toonen, hen in hun ligchaam en in hun gemoed aantastende.?^ Wij zullen iets tot uitlegging dezer geschiedenis zeggen, bijzonderlijk omdat zij, als eene openbaring Gods in een zinnebeeld, ons de aanleiding van zelve aan de hand geeft tot de beschouwing , hoe de Heer zich het liefst aan den sterveling mededeelt..

Toen jacob de zijnen in het Ghor-dal over de beek Jdbboc heengevoerd had, bleef hij alleen, om in de eenzaamheid tot God zijnen Heer te bidden. Gewigtig was het oogenblik! Hij was in het zijnen Vaderen beloofde land. Niet ver van hem was ezau, zijn broeder en vijand. Vreesselijke gevaren bedreigden hem; maar ook groote zonden rustten op zijn gemoed. Het bedrog, aan ezau vroeger en ook nu weder aan

(*) Hertsterking (Geestelijke), U. 1. Martmus was in 1847 Predikant te Groningen.

Sluiten