Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4.

De Droomen in jozefs geschiedenis als Openbaringen Gods.

Slechts met een enkel woord zal ik deze schoone geschiedenis beschouwen. Als ik mijn grooter Werk : Job, de poëzij van jozefs geschiedenis, zal voltooid hebben, wil ik gaarne langer bij deze roerende tooneelen stilstaan. Dit eene mag ik in den Bijbel en de Mensch niet voorbijgaan, hoe de drie droomen, van jozef, van de dienstknechten farao's en van farao zeiven, de geheele leiding Gods met jozef, met zijne broederen, met een groot volk, ja met een aanmerkelijk gedeelte der toenmalige wereld bestuurden , en in dezelve tevens de openbaring Gods aan den mensch op eene eenvoudige, maar verhevene wijze gekenmerkt wordt.

De beide droomen toch, die de inleiding der geschiedenis vormen, zijn tevens de onschuldige aanleiding van de vijandschap der broederen tegen jozef. Tn dezelve opent God een verschiet, zoo heerlijk, als het vaak onbereikbaar in het leven van jozef scheen. Hoe toch kon hij als slaaf en in den kerker hopen, dat eens de zon, maan en sterren voor hem buigen zouden; hoe, dat eens voor zijne schoof die zijner broeders zich buigen zouden? En toch geschiedde het. In hoe menig menschenkind opende de Voorzienigheid in de jeugd eenen soortgelijken droom of gedachte der toekomst; een geheim, een groot voorgevoel van hetgene eenmaal plaats zal vin-

Sluiten