Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God baant zich een' weg tot des menschen hart door het vreemde en verschrikkelijke. De gedachteloosheid en zorgeloosheid maakt de beste wegen Göds tot schande. Zoo ons hart met meer vrees omtrent God vervuld was, Gods boodschap zou meer vrucht bij ons verschaffen.

In deze verschijning noodigt God mozes, tot zich te komen; en nogtans, toen hij komt, gebiedt God hem, dat hij niet te na kome. Wij moeten tot God komen, maar niet te nabij. Als wij aan de groote verborgenheden zijns Woords gedenken, zoo komen wij tot Hem. Als wij zijne verborgenheden willen doorzien, komen wij Hem te na. De zon en het vuur kunnen zeggen: I Kom niet te na!" hoe veel te meer » het Licht, tot hetwelk, niemand komen kan !" 1 Tim. VI: 16.

Wij hebben alle onze perken , die ons gezet zijn. De Heidenen mogten in den Voorhof, en niet in den Binnenhof. De Joden mogten in den Binnenhof komen, maar niet in den Tempel, waar de altaren stonden. Be Priesters en Leviten in den Tempel, maar 'niet in het Heilige der Heiligen. Mozes tot den vlammenden berg, maar niet tot den brandenden braambosch. De golven van de zee hebben niet meer noodig gebonden en bepaald te zijn, dan des menschen onbepaalde vermetelheid.

Waar mozes staat, gebiedt God hem ongeschoeid te staan; want de plaats is door Gods tegenwoordigheid heilig. Er is geene onheiligheid in de kleederen; maar de schoenen, die het stof drukken, mogen op de plaats niet staan, die God heilig gemaakt heeft.

Sluiten