Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Wie onverschillig omtrent het bestaan eens volks, hetifl dan het zedelijke of godsdienstige, verkeert» Deze waarheid, hoe ligt zij ook te bewijzen valle* zoo wij haar op zich zelve beschouwen, wordt zelden regt erkend; want hoe zon de Schepper het werk zijner handen kunnen laten varen, en vergeten de doeleinden, waartoe Hij het schiep; hoe zon de Regtvaardige en Heilige kunnen ophouden, met heilige verontwaardiging den zondaar te vervolgen, den regtvaardige te zegenen? Ja, zoo er in des Heeren oogen geen onderscheid tusschen een regtvaardig en een goddeloos volk ware, wij zouden niet gelooven kunnen, dat er een God was. Dit geloof echter, hoezeer ook bevestigd door Rede en Bijbel, wankelt menigmaal, omdat de Heer langs andere wegen soms den regtvaardige zegent, den goddelooze bestraft, dan wij zulks zouden kunnen verwachten; omdat. de strafgerigten Gods zoo moeijelijk van zijne kastijdingen onderscheiden kunnen worden; dewijl de Heer, om het geloof bij de zijnen te versterken, menigmaal lang uitstelt, vóór Bij uitkomst geeft, opdat zijn! naam alleen de eere zoude toekomen. Dit echter is zeker: God kent der volken toestand en weegt de mate hunner zonden. Hij hoort het geroep, dat over hunne zonden ten Hemel stijgt, gelijk Hij ook de regtvaardigheid hunner wegen aanschouwt. Hij handelt met hen, gelijk.met de inwoners van het dal Siddim, ««.keert tot hen in, om te zien, of de maat hunner boosheid vel is. Dan eerst, als deze vol is, handelt Hij volgens de wet zijner eeuwige regt. vaardigheid.

19*

Sluiten