Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij kinderloos moest henengaan, en eliczer , zijn huisbewaarder, ook zijn erfgenaam zon moeten zijn.

Onderwijl hij in de stilte Tan den nacht tot God bad, lezen wij, dat de Heer hem uitleidde, en dat abraham het Tolgende schoone lied hoorde:

Vrees niet, o abbah ! 'k ben uw schild; Zeer groot zal uw belooning zijn. Zie op ten hemel 1 tel de starren! Kunt gij die alle tellen ? Dus zal uw kroost ook zijn 1 (*)

Toen beTal de Heer aan abbaham eenige offerdieren Hem toe te bereiden, hetgene abbaham deed, dezelTe in twee deelen Terdeelende. Hij wachtte nu, wat 's Heeren wil was, en deed niet zoo als hij gewoonlijk deed; hij ontstak het offer niet, maar zag uit naar het blijk Tan goedkeuring, dat de"Heer aan hetzelve geven zoude. Het werd onderwijl aTond. De zon ging onder. Den ganschen dag had hij geduldig gewacht en gekampt tegen het roofgeTogelte. Toen eindelijk overvalt hem een diepe slaap. In dien slaap hoort hij de stem Tan God, die hij zoo dikwijls gehoord had.

• Weet voorzeker," zeide die stem, » dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en hen verdrukken Tier honderd jaar. Doch," zegt de Heer, » Ik zal het volk ook rigten, dat zij zullen dienen."

(*) Zié hierover mbhthigbe , Geschiedenis der Menschheid, naar den Bijtel, D. II, § 87.

Sluiten