Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genstaande derzelver natuurlijken grond, nog altijd derzelver wonderbaar karakter staande houden, en alzoo juist geschikt zijn, om te bewijzen, wat zij bewijzen moeten, en te bewerken, wat zij bewerkt hebben, is zonneklaar. Pogingen, om het wonderbare geheel door het natuurlijke op te lossen en weg te cijferen, zoo als door do bois-aymê in zijne Notice sur le séjour des Hèbrenx en Egypte in de Description, T.P~III, alsmede door eichhobh, in zijne Verhandeling de Aegypti anno mirabili, aangewend zijn geworden, zullen nimmer haar doel bereiken. Reeds de ongewone kracht, met welke deze Natuurgebeurtenissen , en wel slag op slag, hier voorkomen, terwijl anders slechts de eene of andere zich in bijzondere uitwerking opdoet; reeds de daadzaak, dat eicbhorn , ondanks al de geweldige verdraaijingen, die hij zich veroorloofde, er toch stof in vond voor zijne Verhandeling de Aegypti anno mirabili (over het Egyptische wonderjaar), vooral wanneer wij daarbij voegen de verschooning van het land Gosen, en deze Natuurverschijnselen in verband met de toenmaals hangende zaak beschouwen, voert ons tot aan de grenzen van het wonderbare, waartoe het buitengewone in deszelfs hoogsten trap den overgang vormt. Maar wij worden zelfs in het gebied der wonderen overgebragt, bij het inzien, dat deze daadzaken door mozes daargesteld en bewerkt werden, dat zij, op zijne voorbede, en gedeeltelijk op een' daartoe door farao zeiven bestemden tijd, ophielden, verg. Exod. VIII: 5, enz. De gegrondheid dezer Natuurverschijnselen op den aard des lands kan men dus alleen doen gelden,

Sluiten