Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog veel meer, dan de: kennis der Egyptische omstandigheden , welke: de; Schrijver ontvouwt, strekt ook hier de wijze, waarop hij zulks zonder. Mjbedoe-: ling doet, alsmede het nalaten van alle ophelderende aanmerkingen, in de vooronderstelling, dat dezelve voor eerstvolgende lezers niet noodig waren, tot bewija/i Maar zoo weet del Eeuwige Wijsheid alleen hare' eigene grootheid tegen- alle Afgoden te handhaven. Zoo moest dan nu de ÏFy7-stroorn buigen voor den God Israëls, en een' farao leeren,. dat de Heer hem zelfs door zijne Afgoden dwingen kon, zijnen weg te volgen.!

TWEEDE PLAAG. De Vorschen.

Een' veel minder rijken buit geeft het verhaal der tweede plage, van de vorschen, dan dat der eerste. Dat de wateren van Egypte, ook in gewone tijden, veel vorschen bevatten, wordt in het verhaal zelf, Hoofdst. VILI: 5' 'ooraf te kennen gegeven, en laat zich ook, volgens den aard dezer wateren, naauwelijks anders denken. De berigten der Reisbeschrijvers zijn hieromtrent zeer karig. Volgens sommu, Th. III, S. 365, zijn de sompige wateren in de omstreken van Rozette met duizenden van vorschen vervuld, welke een groot leven maken. Eene beschrijving van de verschillende soorten van vorschen in Egypte vindt men in de Detcr. T. 24, p. 134, etc.

Merkwaardig is het vooral, hier te vernemen, hoe ■ozes tegen farao zegt: .Gebied mij: tegen wanneer

21 *

Sluiten