Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God in dit land." Mozes antwoordde echter, volgens vs. 26: «Het is niet regt, dat men alzoo doe; want wij zouden der Egyptenaren gruwel den Heere, onzen God, offeren ! Indien wij der Egyptenaren gruwel voor hunne oogen offeren, zullen zij ons niet stcenigeu?" Dat hier eene betrekking op Egyptische zeden plaats- heeft, is te allen tijde erkend geworden. Naar de toenmaals in gebruik zijnde opvatting, zou de gevreesde verbittering der Egyptenaren tegen de Israëli ten daarop berusten , dat de laatste dieren offerden, <welke bij de Egyptenaren voor heilig gehouden werden. Daartegen strijdt echter eene dubbele reden. Vooreerst, op de heilige dieren kan de betrekking, door het woord gruwel nitgedrukt, niet passen. Deze leidt daarheen, dat de dieren, welke de Israëliten slagtten, niet te goed, maar wel te slecht waren, om te offeren. Ten tweede, de dieren, welke bij 4e-Israëli ten gewooJtflljk tot offeranden genomen werden, waren ook bij de Egyptenaren üiet heilig. Het eenige onder de grootere huisdieren} dat algemeen als heilig beschouwd werd, de koe; verg. hebod. II. 41, en hebben, S. 363, werd ook bij de Israëliten, behalve in het enkele geval, JYum. XIX, niet geofferd. De meest gewone offerdieren, de varren , werden ook door de Egyptenaren geofferd en gegeten. De aanstoot ligt veelmeer daarin, dat de Israëliten het Onderzoek naar de reinheid der offerdieren , hetwelk bij de Egyptenaren met angstvallige zorgvuldigheid geschiedde, achterwege lieten. Dat er alleen reine dieren bij de Egyptenaren geofferd werden , zegt hebod. II. 45. Wat die reinheid om het lijf

Sluiten