Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den chamsin in verband brengt, I, p. 110. De verschijnselen bij den laatsten beschrijft hij op de volgende wijze: ■ Als de chamsin waait, is de zon bleekgeel; haar licht is betrokken, en de duisternis neemt somwijlen zóó toe, dat men meenen zou, dat men in een* stikdonkeren nacht was , aee als wij het op het raidden van- den dag te Kènè, eene stad in de Sayd, ondervonden hebben." Eene tweede beschrijving ontleenen wij aan sonwibi, Th. III, S. 35, ff. > De dampkring — heet het daar —■ was ontstoken, en tevens door stofwolken verduisterd. De Thermometer van réaumur stond op 27 gr. De mensehen en dieren ademden nog alleen brandende , en met een fijn en heet zand vermengde, dampen in. De planten verdroogden ; de gansche Natuur was verwelkt. Deze wind duurde tot den 2f«***».; hij scheen zelfs in kracht toegenomen te zijn. De lncht was verduisterd door een' dikken nevel van fijne stof, zoo rood als eene vlam." Van bijzonder gewigt voor-ons doel is echter de schilde-! ring van denob, T. I, p. 285, etc. » Den 18d°n Mei gevoelde ik mij des avonds door eene verstikkende hitte als vernietigd; de vloeibaarheid der lucht scheen voor mij opgehouden te hebben. Toen ik naar den Nijl ging, om mij te baden, teu.einde mijne pijnlijke gewaarwordingen te verdrijven, stond ik verbaasd op het gezigt eener nieuwe Natuur. Zulk een licht etf zulke kleuren had ik nog niet gezien. Zonder in wolken gehuld te zijn, had de zon hare stralen verloren. Matter dan de maan, gaf zij slechts een bleek en schaduwloos licht. Het water kaatste der-?

Sluiten