Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoop, Eph. II : 12. Vreemdelingen van de verbonden der Belofte, geene hope hebbende, en zonder God in de wereld. Geen Geest, geene vruchtbaarheid. — Dan zijn ze eveneens, als die boom, daar jaar op jaar geene vrucht aan gevonden werd, Luk. XIII: 6. — Geen Geest, geen sieraad. Dan zijn zij als de bergen van Gilboa, daar geen dauw of regen op viel; en als de woestijn Zin, die geene plaats van granaatappelen was. Al vertoonden zij nog zulke gaven, al hunne oogmerken en gronden, deugen niet; het is alles niet goed. En al het goede dat hen in de natuur ontmoet, is alles tot hun ongeluk. Eer, goed, gezondheid, gaven — al wat in de wereld fraai en wenschelijk is — het is alles maar tot uw verderf, zoo gij den Geest mist. Maar, daar de Geest is, daar is wat groots. Den Geest te bezitten, dat is eene groote zaak, het is een groot sieraad. — Simon de toovenaar bleef bij de Apostelen, waarom ? Om al te kijken , hoe zij de geestelijke gaven mededeelden aan anderen. Kon hij dezelve niet verkrijgen, door afzien, wat doet hij ? Hij biedt de Apostelen geld aan, dat zij hem ook de magt wilden geven, opdat als hij iemand de handen opleide, deze dan ook die geestelijke gaven mogt ontvangen. Maar indien hij ze al eens gekregen had, wat ware hij dan nog geweest? Hij was evenwel een toovenaar gebleven, en was er mede in de hel gevallen. —

Geen Geest , geen Hemel ■— maak daar zeker staat op. — Daar de Geest des Genade-Verbonds komt, die de Geest Christi is, wat aangenamer zaak is dat I Dan wordt de woestijn tot een Eden. Dan worden zij vervuld met allerlei vruchten des Geestes. De vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede,langmoedigheid, goedertierenheid , goedheid , geloof, zachtmoedigheid, matigheid, Gal. V: 22. Dan krijgen zij den Geest der ootmoedigheid , der zachtmoedigheid; Hij werkt in hen al wat liefelijk is. Als iemand met den Geest vervuld wordt, dan ziet hij, hoe noodig hij den Geest heeft, hij kan Hem geen éénen dag missen. Als zij beginnen den Geest wat te kunnen missen, dan verlaat God hen, 2 Chron. XXXIV : 25, en dat is al zeer droevig. Waar de Geest is, daar

Sluiten