Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hen. Mijne kinderen! zegt Hij, Ik ken de diepten Gods; ik weet wat er in Gods Raad is. Ik weet, dat gij nimmer tot de bezitting van eenig goed kunt komen, zoo lk het niet doe. De verkiezing, de koopinge Christi, de verandering des harten, gij kunt ze niet verkrijgen, zoo de Geest het niet doet. — De verkiezing en de kooping laten u goddeloos blijven; lk moet u brengen tot het 6ezit, zegt de GbksI, van hetgeen de Vader voor u weggelegd en de Zoon verdiend beeft. — Stel eenen uitverkorenen en eenen venoorpenen bij een, eer zij veranderd zijn; zij gelijken elkander eveneens, gelijk twee eijeren elkander gelijken; de een is een vervloekte, en de ander lijkt het ook, doch, zoo haast komt de Geest niet in den uitverkorenen , of hel verschil is zeer groot. Waardoor komt het verschil? Door de inwoninge des Geestes. — Eer kwam er geen gezigt van de zonde, of van de verdoemelbkheid. Ik leefde alsof ik dood was, als een doode, daar geen le. ven in is, als een gekriel van levende wormen; zoo waren er in mij ook krielende verdorvenheden; ik had er geene bevatting van, wat het was, zalig of niet zalig te worden; nam ik de godsdienst waar, ik deed het, omdai ik zoo was opgevoed, of omdat ik het een ander zag r>«en. en als ik de godsdienst bij gewoond had, zoo rustte ik op dat gedane werk, en dan was ik een groot heilige in mijne oogen, en ik haatte natuurlijk alles wat naw Heiligheid en Godzaligheid geleek; bijzonder dan, als zij mij wat te ca kwamen.

Maar die anderen, welke de inwoning des Geestes gekregen hebben, die worden gebragt tot een beseffen van hunnen slaat. - Zij worden week en nederig ] zij zoeLen conversatie of omgang met de vromen te hebben ■ / Moeken gesticht te worden, en zoeken ook anderen te stichten" zij zoeken toe te nemen in genade en deugden; zij zoeken opregt naar den Hemel te gaan; al wat hen daarin verhin» deren zoude, dat schuwen zij. Stel nu eenen natuur^ ken en eenen geestelijken bij een; waardoor is nu het groote verschil? Enkel en alleen door de gemeenschap des Geestes ; Dien te missen, of Dien te bezitten, maakt het groote

Sluiten