Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik zal witter zijn dan sneeuw, Ps. LI: 9. Dan komt de Geest en zegt: wilt gij eens een pand hebben? Wil ik u eens verzekeren ? Wil ik u eens toonen, dat God u lief heeft? — Daar raakt Hij aan het verzekeren, aan het bevestigen van al hunne zaken. O God! moeten zij dan wel zeggen: daar is geen geest meer in mij, het gaat mijne ligchaamskracht te boven, in die verwijding, in die blydschap, die Hij hun schenkt. — (Doch dit kan op een anderen tijd in zijn geheel eens verhandeld worden, nu moet gij het maar eens zien als in eene gedachte.) —

Uwe zonden zijn u vergeven, dat doet Hij hun met klem zien. God heeft u met eene eenwige liefde lief, zegt Hij; gij zijt een erfgenaam van het eeuwige leven en dergelijke dingen meer. lk blijf bij u, zegt de Geest, die gaat, die ga, lk blijf.—

Gij zegt altemets, ik ben afgesneden van Vromen en van Vrienden; doch die zalving zal blijven, 1 Joh. 11, en Joh XVI. — 1 k zal u tot een onderpand zijn, en tot een zegel blijven Efez. 1 : 13. en 1V : 30. fier scheide lk niet, voor dat gij de beloofde goederen in uwe hand hebt, en geef dan het pand aan God over. De Geest is als het pand geweest. Zeg dan: Vader, daar is nu het pand, daar is de Gerst weerom, ik heb Hem nu op die wijs niet meer noodig —

Gij zult nu in uw hart zeggen, hoe is het nu, wanneer de con versatie van de Godzaligen met God den Heiligen Geest geoefend wordt? Hebben die ook eene conversatie? Ja, eene sehoone en heerlijke conversatie. Let eens op: de Godzaligen verkeeren met den Geest op deze wijs.

Ten eersten. Bedachtzaam en oplettend beschouwen zij den Derden Persoon, niet alleen met alle aandacht wat en wie Hij is, en hoe Hij Zijne hand heeft in het werk der verlossing en der genade] hoe Hij bekwaam en gewillig is om al de Uitverkorenen te brengen tot hetgeen zij noodig hebben, en ook hen in hei bijzon' der. Zij beschouwen het Woord, dat door den Heiligen Geest beschreven is, en dat Woord is hun een vermakelijke Lusthof. Wiens is de bediening naar het

Sluiten