Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woord ? Van Wien do Bedienaars, die het vermaak en de lust van hunne oogen zijn? Van Wien zijn de talenten? Is het niet van den Geest? Geeft Hij zulke niet, die het meest op uw hart vermogen ?

Ook beschouwen zij eens de Voorzienigheid Gods. Moest ik, zeggen zij, in die stad wonen ? Hoe zonderling geraakte ik onder dat middel! Moest ik daar zijn in die stad, op dat dorp, hetzij door dienstbaarheid , door koophandel of door eenige andere gelegenheid, toen er dat middel was, dat mijn hart moest raken? Dat is mij te hoog en te wonderlijk! Moest ik daar met mijne woning zijn? —

Ten tweeden. Weet gij wat zij nog in hunne conversatie doen ? Zij erkennen zoo, hetgeen Paulus eens zeide tot de Corinthiërs, ik wenscbte wel, in alle erkentenis en gevoel te wandelen: wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt ? 1 Cor. IV : 7. Wat ware het geweest, zeggen zij, had God de Vader mij alleen verkoren, de Zoon mij slechts verlost ? 1 k ware gebleven een kind der natuur. — Zij erkennen en zeggen: God de Heilige Geest, het is Uw werk, in het wel geordineerde Verbond, dat het gedaan heeft: ik erken dat Gij het gedaan hebt Het minste traantje, het minste gebed, de minste geloofsoefening is alleen van U in den naam des Vaders en des Zoons Gal. V: 22, O, Fontsin der Hoven, put der levende wateren, die uil Libanon vloeijen, Hoogl. IV; 15. —

Ten derden. Zij converseren al dankende. Het is niet klein of gering geweest, dat Gij aan mij deed, maar het was zoo groot en zoo aangenaam! Zij vermelden de weldaden. Wat zal ik er U voor vergelden ? Ik kan het niet vergelden! Bij die dingen leef ik. Het is het leven van mijnen geest, en mijne ziele is er in Jes. XXXV111: 16.

Ten vierden. Hunne liefde wordt gaande, lk kan het niet éénen dag zonder U stellen, Heere ! zeggen zij, ik heb U lief, Uwe gaven, Uwe bewerkingen; Gij zijt de wind, de regen en de dauw mijner ziele, in mijne Godsdienst, in de eenzaamheid en in het openbaar, lk word zoo gaande gemaakt, ik zie zoo

Sluiten