Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"zalf." O dan ja, is hij een jood, maar in navolging van een groot voorganger, die óok den Joden een Jood en den Grieken een Griek werd.

Zoo heeft hij 199 schepen bezocht. Twee matrozen, die een onderhoud te zijnen huize begeerden. Omtrent 3000 tractaten heeft hij verspreid, 54 bijbeltjes, waaronder 1 duitsch, uitgereikt en 6 kunnen verkoopen. Zoo gaat hij voort in zijn moeielijk werk, zelf niet van de sterksten, kracht zoekend bij Hem, die nooit begeeft degenen, die Zijn eere bedoelen. Voorzeker, deze arbeid zal niet vergeefsch zijn en het brood op het water uitgeworpen, hij zal het vinden na vele dagen.

Mijn tweede schets.

't Is de dag des Heeren. Heerlijke Rustdag! Maar hoevelen zijn er in onze groote stad, voor wie het nooit recht Zondag is. Zij hebben belijdenis des geloofs gedaan, maar kwamen daarna misschien weinig of niet meer in de kerk. En zij gaan toch ook eene eeuwigheid tegemoet!

Het treurig lot derzulken gevoelde mede de Vereeniging. Het was haren leden niet genoeg zelf gesticht te zijn en zich voorts aan het huisgezin te wijden; (dit toch mag nimmer onder anderen arbeid lijden en daar heeft vader steeds te zorgen dezen dag tot een feestdag te maken); zij gevoelden: ook het verlorene moet gezocht! Maar hoe? Welnu, de Vereeniging heeft 19 zondagscholen, zij verdeelen dus de stad in 19 wijken, en enkele uren van den zondag zullen besteed worden aan dat noodzakelijk werk. De kinderen zullen hen den weg bereiden. De liefde is toch vindingrijk, en deze alleen kan hierbij leiden! Daar gaan ze, die Broeders, weer of geen weer; van binnen is 't warm. Een schat dien ze dragen al is het in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij Godes! Ze gaan ieder op zich zelf en toch niet alleen. Eén oog volgt hen, trap op trap af, hier een kelder in, daar een nauwen gang door, of wel dat nette stoepje op, zoolang tot ze gevonden hebben wat zij zochten. En dan doen zij wel eens een heerlijke vondst, die hen veel teleurstelling vergoedt. Zóo in den trant

Sluiten