Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De President nam weêr het woord en wees nog eenmaal op den schoonen zang der kinderen in de Hersteld Luth. kerk, alsmede op de samenkomsten van de kinderen der Bewaarschool op Vrijdag 15 Nov. en van de leerlingen der Zondagscholen op Dinsdag en Woensdag 19 en 20 Nov. in dit gebouw. Hij herinnerde wat den leerlingen door de Vereeniging, of liever door den Heer is geschonken, en merkte ojr, hoe dergelijke samenkomsten krachtig opwekken om te werken voor den Heer!

Op den eersten Feestavond moest hij klagen over een tekort van ƒ 180. Voor een deel had de kollekte in de Nieuwe kerk in dit tekort voorzien; ƒ 25 was er nog later ontvangen ; en nu overhandigde Br. a. terstall j'. den President nog / 26 tot dekking.

Wat den Staat van het Gebouw betrof, / 7 00 was er op den eersten feestavond uitgeloot. Uitgegeven was er dit jaar ƒ2090.65 en ontvangen ƒ 1879.48 zoodat de rekening met een nadeelig saldo sluit van ƒ 211.17.

Vervolgens las de President uit den "Standaard" van 21 Nov. de giften op, door de Regelings-Commissie ontvangen, alsmede een hartelijken brief van den beer groen van prinsterer, waarbij deze zijne twee uitgelote aandeelen der Vereeniging tot feestgave schenkt. Hetzelfde werd gehoord aangaande een uitgeloot aandeel van den heer J. v. E. De President merkte op, dat, hoewel het geloof het voornaamste is, nogtans ook de stoffelijke ondersteuning noodig is, en dat de centen, door velen bijeengebracht, in guldens, en deze, door den H. Geest gestempeld, in goud veranderen. Hij drukte zijn vertrouwen uit, dat de Heer het aan het noodige ons nooit zal laten ontbreken.

Na het zingen van Ps. 81 v. 1 werd aan Br. bergman nu, als President der Evangelisatie, het woord gegeven. De Vice-President gevoelde behoefte om een woord te spreken. Hij was eens medeoprichter der Vereeniging. Aan hem was in de tweede samenkomst in 1847 de leiding der vergadering opgedragen, en hij acht het niet ongepast bij deze gelegenheid de toespraak, toen gebruikt, in haar aanvang en slot nog eens voor te lezen. Aan het einde wees hij op de toekomst, die voor ons onbekend is, en wenschte, dat eenmaal een ander geslacht in onze plaats de deugden en volmaaktheden des Heeren moge verkondigen. Dat slechts onder ons de liefde moge blijven, en een lied des geloofs aller harten moge samenbinden. God heeft zich niet onbetuigd gelaten en zal het ook verder niet doen. Onze taak is biddende te arbeiden, gelijk de Londensche straatpredikers, die eerst altijd samen zich door het gebed tot hunne taak sterken. God zal het ons doen gelukken!

De President antwoordde, dat, zoo iemand, dan Br. bergman,

Sluiten