Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOESPRAAK VAN Dr. CRAMER, Predikant bij de Ned. Hervormde Gemeente, namens de Wijkvereeniging voor de buurten EE en FF.

De Vereeniging heb ik lief gekregen om haar hoofdbeginsel. Als President der wijkvereeniging van buurten E E en F F uitgenoodigd, doet het mij genoegen, dat ik heb kunnen komen. Ik heb de Vereeniging lief:

1. Als vriend der waarheid. Heeft een Christen de waarheid lief, dan heeft hij sympathie voor eene Vereeniging, die haar wil verbreiden. De Vereeniging bevordert geene doode rechtzinnigheid, maar wil door de waarheid spreken tot hart en geweten. Als nu de waarheid in het hart eene levende kracht geworden is, kan men eerst recht voor haar ijveren, met het oog op Hem, die zelf de Waarheid is. Juist dit tracht de Vereeniging te bereiken.

2. Als lid der Hervormde kerk. Die kerk is aan de Vereeniging lief. Veel heeft zij te doen gehad om zonde, lichtzinnigheid en wereldzin te bestrijden. Ieder wordt door haar er toe geroepen, .en wie den Heer lief heeft, wil het ook doen. Heeft de Vereeniging veel gedaan, zij heeft stof om 's Heeren goedertierenheid te verbreiden. Vooral heeft zij het ongeloof bestreden, hetgene ook ik wensch te doen, en wat gedaan moet worden met allerlei wapenen, met de wetenschap, bij de stembus, maar vooral in het praktische leven. De Vereeniging, zegt men, beheerscht de toestanden. Voor een groot deel is dit zoo geweest. Aan haar dus almede het geweten, dat wij thans een kerkeraad bezitten, die de belijdenis der kerk handhaaft.

3. Als predikant. De Vereeniging werkt naar buiten, tot over de zee, haar hoofddoel is echter binnen deze stad. Vroeger waren de predikanten weieens clericaal, in dien zin, dat zij den gemeenteleden het recht ontzeiden om te werken op hetgene zij hun gebied noemen. Dit wil ik niet. Met apostel p au lus wil ik, dat het geheele lichaam der gemeente zal arbeiden. De hand en de voet zijn zoowel noodig als het oog. Allen moeten samenwerken aan den welstand van het geheel.

4. Als wijkpredikant. Vroeger heb ik bijbellezing gehouden in dit gebouw dat in mijne wijk staat; thans bezit ik een eigen gebouw, maar daardoor ben ik niet afgetrokken van de Vereeniging. Geen afbreuk wil ik haar doen. Wie zou toch niet wenschen, dat overal zulke gebouwen voor Evangelisatie verrezen? Ik heb door de Vereeniging den'stoot tot mijne Vereeniging gekregen, en wil niet alleen niet tegen, maar ook niet zonder deze Vereeniging werken. En nu wensch ik:

Sluiten