Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolgens sprak Br. h. j. de wilde, na een woord van sympathie met de Vereeniging, de volgende dichtregelen uit, tot slot van het feest.

Met blijde jubelklanken

Sluit thans dit zilvren feest; 't Is ons, door 'sHeeren goedheid,

Een bron van vreugd geweest; Wij mochten 't heil berdenken,

Ons door d' Alzegenaar In overvloed geschonken

Ne vijfentwintig jaar.

Gods Woord blijft immer waarheid!

Dit was ons aller leus; Die waarheid te verbreiden,

Tot heden onze keus. En God, de God der Waarheid,

Zag steeds nit hooger sfeer In zeegnend welgevallen

Op al ons pogen neêr.

Een teeken op te richten,

Waarop geschreven staat: De Heer was ons ter hulpe.

Hij leidde ons naar Zijn raad; Dit mag Hij van ons vordren....

Maar neen, dit schoon gebouw Is zelf bet schoonste teeken

Van 's Heeren liefde en trouw.

Slaat maar den blik m 't ronde,

Leest in deez' bigden stond Nog eens met üankbre harten

Wat U dit schrift verkondt. Dit alles daar te stellen,

En dit met kleine kracht, Werd ons door God gegeven,

Die helpt, wie Hem verwacht.

Nog eens dan: Hem zij de eere!

Wij spreken 't vroolijk uit; De lof, de dank, de aanbidding,

Eer deze feesttijd sluit. Haast zal dit lied versterven,

Maar 't blij Haleluja Klinkt nog tot verre dagen

In onze harten na.

De feesttijd is geëindigd;

Nu moedig voortgetreên, Geen vrees beklemme ons harte,

De Heer gaat voor ons been. Voor Hem, den Overwinnaar,

Kan geen geweld bestaan, Zijn trouw zal nooit bezwijken,

Al zou ook 't al vergaan!

Zijn naam is Heer der Heeren,

En door geen macht gestoord, Rijdt Hij op 't Woord der waarheid

Steeds overwinnend voort. Op Hem dan ons vertrouwen

Gevestigd voor altijd, En onze kracht en gaven

Aan Hem alleen gewijd!

De taak dan aangevangen,

Het werk weêr opgevat; Het licht van Gods genade

Beschijnt op nieuw ons pad. En is er veel te strijden,

Wacht ons ook tegenstand, Uit doet ons niet versagen;

De Heer reikt ons de hand.

Dan zal ons niets verschrikken;

Dan valt ons niets te zwaar: Want in den Heer verbonden,

Zijn we alles voor elkaar. Eén is dan ons bedoelen,

En één ons aller hoop: De kroon des levens te erven

Aan 't eind van onzen loop.

Viert men eens hier ter plaatse

Het gonden feestgetij, Dan zal men velen missen

Uit deze vrienden rij. Geen scha: hun koor daarboven,

Al hoort deze aard het niet, Zegt dan op hemeltoonen

Een Amen op het lied.

De President liet zingen de drie laatste verzen van het Feestlied. Verder deelde hij mede, dat hij der vergadering een glas wijn zal laten toedienen. Oorspronkelijk van plan, dat voor eigen

Sluiten